DEZE OPLEIDINGSDAG IS ENKEL VOOR HET SECUNDAIR ONDERWIJS
|
 |
|
 |
|
Leerdoelen
Ontwerpen, tekenen, lezen en begrijpen van schema’s en tekeningen.
Realiseren van (elektro-) hydraulische schakelingen in een technisch systeem en het kunnen toelichten van het werkingsprincipe, de functie en specificaties van de gebruikte hydraulische componenten.
Het vervangen, herstellen en testen van defecte hydraulische onderdelen.
De leerlingen krijgen onder andere antwoord op de volgende vragen:
Hoe werken de hydraulische componenten?
Hoe is een hydraulische unit samengesteld?
Welke soorten hydraulische pompen bestaan er?
Wat is het debiet van een pomp?
Wat is het verband tussen druk en kracht?
Welke drukken komen voor in een hydraulisch systeem?
Hoe sluit ik een flexibel aan?
Programma
Werkingsprincipe van een hydraulisch systeem.
Componenten van een hydraulisch systeem.
Schema’s en symbolen.
Bedienen van een hydraulische cilinder en motor.
Druk-, debiet-, en snelheidsregelingen.
Ontwerpen, opbouwen en testen van een hydraulische schakeling.
Elektrisch aansturen van hydraulische ventielen.
Toepassing van een drukaccumulator.
Doelgroep
3de graad Elektromechanische technieken.
3de graad Elektromechanische technieken duaal.
3de graad Mechatronica.
Voorkennis
Pneumatische componenten:
- Eigenschappen van perslucht kennen en een conditioneringseenheid kennen en kunnen samenstellen.
- Opbouwen van een persluchtinstallatie.
- Verschillende soorten ventielen (stuurventielen, blokkeerventielen, druk- en stroomregelventielen, 3/2 en 5/2 ventielen) kennen.
- Bufferwerking, montage, kracht uitgeoefend door persluchtcilinder, onderhoud en smering cilinder, en veiligheid van cilinders kennen en kunnen.
- Pneumatische schakelschema’s kunnen lezen en interpreteren.
Basis elektriciteit:
- De basisformules en begrippen kennen van de wet van Ohm, het vermogen, elektrisch veld en elektrische ladingen.
- De basiscomponenten: weerstanden, bronnen, spoelen, condensatoren kennen.
- Elektrische stroomkringen kennen: soorten schakelingen, en wisselstroomketens.
- Het verschil russen gelijk- en wisselspanning kennen.
- Elektrische schema’s kunnen lezen en begrijpen (contactoren, relais, timers, …)
- Veilig kunnen werken met elektriciteit en het juist gebruiken van meettoestellen om stroom, spanning en weerstand te meten.
Contactorschakelingen:
- Werking van een contactor kennen en diverse contactoren kunnen herkennen.
- Het verschil kennen tussen NO- en NC contacten.
- De contactor in een elektrisch schema kunnen tekenen en aansluiten in een elektrisch circuit. Op dit circuit foutopsporing kunnen uitvoeren.
- Start- stopschakelingen, tijdsvertragingen, voorrangsschakelingen en thermomagnetische beveiligingen in contactorschakelingen kennen en kunnen toepassen.
|
|  |
|