|
| |
| Ei |
| De beukenbladluis is een monofage luis (1 waardplant) en legt vanaf september haar wintereieren af op beuk (Fagus sylvatica). De eieren zijn blauwachtig tot zwart en zijn met het blote oog zichtbaar. Ze worden op de twijgen afgelegd en dit meestal in de buurt van de bladoksels. Zo is een verre verplaatsing van de larve naar het verse blad in het voorjaar niet nodig. |
| |
| Larve |
| De larven van de beukenbladluis zijn geel-groen en vleugelloos. Ze ontluiken in de eerste helft van april vóór er blad aan de beuk staat. Door deze voorsprong hebben de luizen de kans zich te verplaatsen en tussen de schubben van de ontluikende bladeren te kruipen. Ze zetten zich daar vast en beginnen te zuigen voor dat het blad zich ontvouwt. Onder deze schubben zitten de jonge luizen beschermd tegen bestrijdingsmiddelen en natuurlijke vijanden. Het is daarom belangrijk op het juiste moment te behandelen. Een laattijdige behandeling zorgt voor een verminderd resultaat en een sterke misvorming van de bladeren. |
| |
| Adult |
| De volwassen luizen zijn ongeveer 2 à 3 mm groot, geelachtig tot groen en bedekt met witte wasachtige vlokken. Ze zitten in dichte kolonies bij elkaar aan de onderzijde van het blad. De luizen produceren grote hoeveelheden honingdauw waarop zich een zwarte schimmel vestigt (roetdauwschimmel). Bij zware aantasting treedt er groeiremming op en zware misvorming van de bladeren die kan leiden tot vervroegde bladval.Wanneer de kolonie te groot wordt, vormt er zich een gevleugelde generatie die zorgt voor de verspreiding en nieuwe (verse) waardplanten opzoekt. |
|
| Gekrulde, misvormde bladeren kunnen in een jonge aanplant voor grote problemen zorgen. De gewenste maat kan niet gehaald worden, de sierwaarde van de plant stelt niet veel meer voor en in enkele gevallen kan een deel van de partij uitvallen, wat dus altijd tot een verminderde productie leidt. |
|
| De cyclus van de beukenbladluis begint met de ontluiking van een winterei, aangegeven in de cyclus. Het is op dit moment dat er dient ingegrepen te worden en dat er dus ook een waarschuwingsbericht verstuurd wordt. Er komen verschillende generaties per jaar voor en de laatste generatie legt de wintereieren af. Gevleugelde exemplaren komen voor wanneer de populatie te groot wordt om zo nieuwe waardplanten op te zoeken. |
|
| Daar de ontluiking van de beukenbladluis start alvorens er blad aan de plant staat, is de manier van bestrijden of de keuze van het bestrijdingsmiddel van groot belang. Daarom wordt op de waarschuwingsberichten vermeld dat er bij het begin van ontluiking dient behandeld te worden met een contactmiddel. Wanneer de plant voldoende in blad staat, kan men, indien nodig, nog eens behandelen met een systemisch middel. Daar de jonge luizen onmiddellijk na ontluiking migreren naar de knoppen van de beuk en er zich tussen de schubben nestelen, is het belangrijk om bij een zware aantasting het waarschuwingsbericht te volgen. Wanneer de jonge luizen niet tijdig worden bestreden, zal men meermaals moeten behandelen in de zomer, wat een onnodig en verhoogd gebruik van bestrijdingsmiddelen met zich meebrengt. |
|
|