| Heterobasidion irregulare is een Noord-Amerikaanse schimmel, die tijdens de tweede Wereldoorlog binnengebracht werd in Europa. Morfologisch gelijkt H. irregulare zeer sterk op H. annosum sensu stricto, een schimmel inheems in Europa (ook wel dennenmoorder genoemd). In België werd de aanwezigheid van H. irregulare nog niet vastgesteld. |
|
Het mycelium of de schimmeldraden van H. irregulare koloniseren het cambium, de cellaag waaruit nieuwe weefsels ontstaan in de wortels en aan de basis van de stam. Dit veroorzaakt eerst een rood- tot paarskleurige rotting in de wortels en hals, die later draderig en wit wordt, met het afsterven van de volledige boom als gevolg. De vruchtlichamen of paddenstoelen verschijnen op de dode stomp van de boom. Deze vruchtlichamen zijn onregelmatig van vorm en grootte (enkele cm tot 10 cm). Volgroeide vruchtlichamen hebben een bruinzwarte bovenzijde en een witte rand, de onderzijde is wit en bevat poriën. De aanwezigheid van het vruchtlichaam is indicatief voor een vergevorderd stadium van de ziekte. De ziekte verspreidt zich naar naburige bomen, waardoor dode groepen bomen kunnen worden aangetroffen in het bos. Deze plek dode bomen spreidt zich concentrisch uit.
De schimmel is echter moeilijk te onderscheiden van de inheemse schimmel Heterobasidion annosum. |
|
Sporen worden verspreid door de wind en infecteren de wortels en de onderzijde van de stam via verwondingen. Verse stompen vormen een belangrijke toegangspoort voor de schimmel naar de wortels. Wortelcontact zorgt voor een verdere verspreiding van de schimmel binnen een aanplant. De ziekte verspreidt zich cirkelvormig rondom een geïnfecteerde boom. Verpakkingshout is een belangrijke oorzaak van verspreiding over lange afstand.
Verspreiding door de mens gebeurt door handel in geïnfecteerde planten, schors en hout, zoals kratten, paletten,… Primaire infectie gebeurt door sporen die meegedragen worden door de wind. Wanneer een eerste boom is geïnfecteerd, verspreidt de infectie zich door contact met de wortels van een naburige boom. De schimmel kan decennialang actief blijven in het dode hout. |
|
Heterobasidion irregulare veroorzaakt een kankerziekte op naaldbomen. De schimmel staat op de EPPO A2 lijst. Deze lijst omvat plantschadelijke organismen die reeds lokaal aanwezig zijn in de EU en daar veel schade veroorzaken. Daarom is het belangrijk om melding te doen als je symptomen van deze schimmel hebt gezien. Een vroege detectie laat een snelle en efficiënte implementatie van bestrijdingsmaatregelen toe tegen H. irregulare, zodat deze invasieve exoot zich niet kan vestigen. De volledige lijst is terug te vinden op www.eppo.int.
De regelgeving rond quarantaine organismen evolueert echter in de tijd. Raadpleeg daarom voor de meest actuele informatie steeds www.favv.be. |
| |
| Preventieve maatregelen |
| Men kan enkele fytosanitaire maatregelen treffen, zoals het verwijderen en vernietigen van stronken, dode bomen en hun wortels tijdens periodes waar weinig sporen worden gevormd. Doordat de schimmel decennialang kan overleven in dood hout, wordt aangeraden de aanplanting te vervangen door niet-gevoelige boomsoorten. Daarnaast is het ook belangrijk om materiaal altijd te ontsmetten vooraleer naar een nieuwe locatie wordt overgegaan. |
|
 |
 |
| Waardplanten |
| Abies, Calocedrus, Juniperus, Larix, Picea, Pinus, Pseudotsuga, Thuja |
 |
De ziekte infecteert hoofdzakelijk Pinus sylvestris, maar eveneens Pseudotsuga menziesii, Picea abies, Abies, Larix, Chamaecyparis, Erica, Juniperus, Quercus, Thuja en Tsuga.
In zijn oorspronkelijke regio (Noord-Amerika) wordt de schimmel aangetroffen op verschillende Pinus-soorten en ook op Calocedrus decurrens (wierookceder) en Juniperus virginiana.
In Italië wordt H. irregulare voornamelijk aangetroffen op Pinus pinea (de parasolden, productie van pijnboompitten) en af en toe op P. halepensis (Aleppo den). Artificiële inoculaties hebben aangetoond dat P. sylvestris (grove den) ook gevoelig is aan de schimmel, dit is de meest verspreide den in Europa. Wanneer de schimmel zich verder verspreidt in Europa, zal ook schade aan de volgende soorten kunnen optreden: Abies, Calocedrus, Juniperus, Larix, Picea, Pseudotsuga en Thuja. |
|
|
 |
|