| De infectie van jonge bomen uit zich eerst als lichte, oranje-bruine zones en later als kankers op de stam(basis) of de takken waarop oranjerode wratjes zichtbaar zijn. Onder de schors, in het floëem, bevinden zich waaiervormige, beige verkleuringen en zijn er necrotische plekken. De boom reageert door de vorming van waterloten rond de geïnfecteerde zone. De bladeren boven de geïnfecteerde zone verwelken en vallen niet af tijdens de winter. Aangezien ook andere ziekten kankers kunnen veroorzaken bij de waardplanten, is een laboratoriumanalyse nodig om Cryphonectria parasitica te identificeren. |
|
Cryphonectria parasitica is een zakjeszwam (ascomyceet) die zijn waardplant infecteert via verwondingen, veroorzaakt door scheuren, barsten of insecten, dit zowel bij jongere als oudere bomen.
De schimmel produceert twee types oranjerode sporen uit de wratjes op de aangetaste schors, nl. conidiën (ongeslachtelijke sporen) en ascosporen (geslachtelijke sporen). De ongeslachtelijke sporen worden van mei tot juli geproduceerd. Ze worden over korte afstand via wind en regen verspreid en over langere afstand via insecten en vogels. Ascosporen worden enkel gevormd als twee complementaire isolaten aanwezig zijn in de kanker. Ze ontstaan tussen april en oktober en worden met de wind verspreid over 100 tot 150 m afstand. Er treedt geen infectie op tijdens de winter en de vroege lente.
De schimmel kan verschillende maanden overleven in dood hout. Boom- en houthandel (kastanje-afsluitingen, boomschors) vormt een risico op verspreiding van de ziekte over lange afstand. |
|
|
| |
| Preventieve maatregelen |
• Let steeds op de origine en de kwaliteit van planten uit kwekerijen en van andere producten uit kastanjehout en/of -schors. • Er wordt best in de lente aangeplant. Gebruik bij voorkeur vitale bomen uit ziektevrije gebieden en controleer het plantgoed vooraf aan de entplaats, alsook op wonden, infectiesymptomen, kankers,... • Controleer de planten verder gedurende twee jaar na aanplanting, best tijdens de vegetatieperiode. • Snoei mag pas in het tweede jaar na aanplanting en niet tussen april en oktober (sporenvlucht). • Bij de invoer van stammen, weidepalen,… uit kastanjehout moeten deze volledig ontschorst zijn. • Het snoeigereedschap moet regelmatig ontsmet worden (met alcohol en/of in een vlam) en het is aan te raden om per perceel een andere snoeischaar te gebruiken. Zo wordt de kans op besmetting tussen percelen geminimaliseerd. |
| |
| Beheersing |
Cryphonectria parasitica is opgenomen in het KB betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen. In geval van vaststelling geldt de meldingsplicht, onafhankelijk van de vindplaats. Elke vaststelling op planten voor opplant van Castanea (kastanje) of Quercus (eik) moet onderworpen worden aan uitroeiingsmaatregelen.
Om te garanderen dat planten met een plantenpaspoort vrij zijn van aantasting, past het FAVV de voorgeschreven maatregelen strikt toe. De specifieke wettelijke maatregelen die gelden in geval van besmetting zijn terug te vinden op www.favv.be. |
|
 |
 |
| Waardplanten |
| Acer, Carya, Castanea, Castanopsis, Quercus, Rhus |
 |
| Cryphonectria parasitica is een schimmel van Aziatische origine die voornamelijk de tamme kastanje aantast, zowel de Amerikaanse (Castanea dentata) als de Europese (Castanea sativa). De Aziatische tamme kastanjes (C. mollissima en C. crenata) zijn resistenter. Hij kan in zeldzame gevallen ook eiken (Quercus spp.) aantasten. De symptomen op eik zijn gelijkaardig aan die op kastanje, maar doorgaans sterft de boom niet. Ook Castanopsis, Acer, Rhus typhina en Carya ovata kunnen waardplanten zijn. |
|
|
 |
|