|
| |
| Ei |
| In de maand oktober worden de wintereieren afgezet in de buurt van knoppen van Prunus-planten. Gedurende de zomer komen geen eieren voor, de vermenigvuldiging gebeurt immers ongeslachtelijk (levendbarend). |
| |
| Larve |
| De ongevleugelde bladluizen zijn 1,5 - 2,6 mm lang. De kleur is glanzend zwart of bruin. De antennen en poten zijn zwart met geel. De staart en syphonen zijn geheel donker. De gevleugelde bladluizen hebben een geelbruin achterlijf met een grote zwarte vlek op de rug. |
| |
| Adult |
| In de lente (maart) komen de eerste jonge luizen tevoorschijn. Deze voeden zich met plantensappen van bladeren en scheuten. In de herfst keren er gevleugelde exemplaren terug naar de winterwaardplanten om te paren en wintereieren te leggen. |
|
De zwarte kersenluis veroorzaakt ernstige vervorming en remming van de jonge scheuten en een zware krulling van de bladeren. Er kan reeds een sterke bladkrulling veroorzaakt worden door enkele bladluizen. De aangetaste bladeren worden later bruin of zwart. Takken kunnen compleet afsterven. Op de uitgescheiden honingdauw wordt roetdauw gevormd die het gewas ernstig kan bevuilen. |
|
Vanaf september komt een geslachtelijke vermeerdering voor. Na bevruchting leggen de wijfjes wintereieren af op kers. Uit deze eitjes komen vanaf maart - april stammoeders voort. Vanaf dan gebeurt de voortplanting weer ongeslachtelijk. Zo komen er gedurende het voorjaar en de zomer zowel gevleugelde als ongevleugelde luizen voor.
De kolonie breidt uit tot juni, wanneer er gevleugelde exemplaren verschijnen die migreren naar de zomerwaardplanten, voornamelijk wilde bloemen, ereprijs en walstro. De kolonies die achterblijven op de Prunus-soorten (vnl. Prunus avium en Prunus padus) worden meestal tegen het einde van juli uitgeschakeld door parasieten en predatoren. Vanaf eind september is er terug een migratie naar kers voor het afleggen van de wintereieren. |
|
| Aangezien deze luizen vroeg in het voorjaar ontluiken, is het raadzaam op tijd een behandeling uit te voeren. Vanaf ontluiking migreren de luizen naar de schuivende knoppen om te zuigen. Zo wordt de plant al in een jong stadium aangetast. Omdat de plant op dat moment nog niet in blad staat, is een contactmiddel dat werkzaam is tegen luis de beste oplossing. Later in het seizoen kan eventueel bijgestuurd worden met een systemisch middel. In beschutte teelten is een biologische bestrijding door bijvoorbeeld sluipwespen mogelijk. |
|
 |
 |
| Waardplanten |
| Gallium, Prunus, Veronica |
|
|
 |
|