INFO

   Home > zoeken op plant > > Begoniamijt

Begoniamijt

Polyphagotarsonemus latus

 Type: Mijt

  Beschrijving
 
Ei
Eitjes zijn ovaal van vorm, licht afgeplat en ongeveer 0,08 mm lang. Ze zijn kleurloos en transparant, de bovenzijde is bedekt met 5 of 6 overlangse rijen witte puistjes. Ze worden meestal aan de onderzijde van jonge bladeren gelegd.
 
Larve - Nimf
De larven hebben 3 paar poten, ze zijn zeer klein en peervormig. Vlak na ontluiking zijn de larven doorzichtig. Ze bewegen zich traag en voeden zich 1 tot 3 dagen alvorens ze het ruststadium ingaan. Deze periode van immobiliteit is een soort van popstadium als overgang tussen het larvale stadium en het volwassen stadium; dit duurt 2 tot 3 dagen.
 
Adult
Volwassen mijten zijn zeer klein en net zoals de larven moeilijk waar te nemen met een loep. Ze zijn elliptisch van vorm maar iets breder vooraan dan achteraan. Vrouwtjes zijn ongeveer 0,2 mm lang; de mannetjes zijn iets korter en breder. Afhankelijk van de waardplant zijn ze doorzichtig geelgroen, amber of donkergroen. Een witte streep, gevorkt op het uiteinde, loopt in de lengterichting op de rug van het vrouwtje. Mannetjes hebben dezelfde kleur maar missen de witte streep. Dode exemplaren zijn geelbruin. Adulten hebben vier paar witachtige poten. Het vierde paar poten van het vrouwtje is sterk afwijkend en heeft zweepachtige haren. Mannetjes zijn kleiner en bewegen sneller dan de vrouwtjes. De achterpoten van de mannetjes zijn extra groot en worden gebruikt om de vrouwelijk nimfen op te pikken.

  Schadebeeld
De mijten bevinden zich in de groeipunten en in de regel langs de onderkant van jonge bladeren om zich te voeden met plantensap. Giftige stoffen in het speeksel van de mijten zorgen voor een misvorming van de bladeren en een remming van de groei. Jonge bladeren worden hard en ribbelig, topbladeren worden zeer smal en de bladranden krullen naar beneden. Aangetaste planten krijgen hierdoor een sterk gekroesd uitzicht. Dit schadebeeld kan verward worden met andere groeistoornissen. Op zwaar aangetaste bladeren kunnen kurkachtige vlekken ontstaan tussen de hoofdnerven. De hoogste aantallen worden bereikt in de zomermaanden, de meeste schade is dan ook zichtbaar in de periode juni-september.

  Cyclus
De eitjes ontluiken in 2 tot 3 dagen. Larven voeden zich vervolgens 2 tot 3 dagen alvorens ze het ruststadium ingaan. Nog eens 2 tot 3 dagen later is de mijt volwassen. Volwassen mannetjes dragen de immobiele vrouwelijke nimfen (ruststadium) naar vers ontloken blaadjes. Hier wachten de mannetjes tot de vrouwelijke nimfen volwassen worden om ermee te paren. Het is voornamelijk door dit verschijnsel dat nieuwe bladeren worden gekoloniseerd. Elk vrouwtje legt enkele tientallen eitjes over een periode van 8 tot 13 dagen (gemiddeld 5 per dag), waarna ze sterft. Onbevruchte vrouwtjes leggen eitjes die zich ontwikkelen tot mannetjes, bevruchte vrouwtjes leggen eitjes die zich ontwikkelen tot vrouwtjes. Mannetjes leven gemiddeld 5 tot 10 dagen. Er zijn dus meerdere generaties per jaar. Vermoedelijk weten de mijten gedurende de winter in lage aantallen te overleven.

  Beheersing
De begoniamijt (behorende tot de weekhuidmijten) is een wereldwijd verspreide soort en heeft een enorm uitgebreide waardplantenreeks. In tropische streken is het een beruchte parasiet in diverse fruit- en groentegewassen. In streken met een meer gematigd klimaat is het hoofdzakelijk een plaag in serreteelten. Het aantal siergewassen dat kan aangetast worden is enorm groot. Ook in de boomkwekerij (voornamelijk serreteelt) kan deze mijt voor schade zorgen.

  Bestrijding
Weekhuidmijten kunnen bestreden worden met acariciden. Vele acariciden hebben slechts een geringe werking tegen weekhuidmijten. Het uitzetten van de roofmijt Amblyseius zou de populatie weekhuidmijten onderdrukken.

  Waardplanten
Abies, Acer, Anemone, Azalea, Berberis, Campsis, Catalpa, Ceanothus, Cephalanthus, Choisya, Clethra, Cornus, Cotoneaster, Enkianthus, Fragaria, Halesia, Hedera, Hydrangea, Itea, Koelreuteria, Liquidambar, Magnolia, Mahonia, Malus, Morus, Nyssa, Parrotia, Philadelphus, Photinia, Physocarpus, Prunus, Quercus, Rhododendron, Rhodotypos, Ribes, Rosa, Rubus, Salvia, Stranvaesia, Tilia, Viburnum, Weigela, Wisteria

  Nuttigen
Roofmijten
Verschillende roofmijten kunnen als predator optreden.

Daar het onmogelijk is om van een parasiet op elke plant een foto weer te geven, wordt de meest representatieve foto getoond.
Over het Waarnemings- & Waarschuwingssysteem | Over deze app en gebruiksvoorwaarden
© Viaverda | Privacyverklaring en Cookiebeleid - Alle rechten voorbehouden