INFO

   Home > zoeken op plant > > Citrusspintmijt

Citrusspintmijt

Panonychus citri

 Type: Mijt

  Beschrijving
 
Ei
De eitjes zijn ovaal tot bolvormig en helderrood van kleur. Ze hebben een diameter van 0,13 tot 0,15 mm. Onderaan zijn ze wat afgeplat. Ze bezitten een verticaal steeltje waarover een webje is gesponnen. Ze worden meestal aan de bladbovenzijde afgelegd, langs de hoofdnerf van jonge bladeren. Er worden meerdere eitjes per blad afgelegd.
 
Larve - Nimf
Tussen ei en adult doorloopt de mijt drie verschillende stadia (larve, protonimf en deutonimf) afgewisseld met telkens een rustfase. Tijdens deze rustfasen stopt de voedingsactiviteit en is er telkens een vervelling. Het eerste stadium is het larvaal stadium. Larven zijn oranjerood van kleur en hebben slechts drie paar poten. Ze zijn iets groter dan het eitje. Na de eerste vervelling verandert de larve in een protonimf. Vanaf dit stadium heeft ze 4 paar poten. Na de tweede vervelling is er de deutonimf. De kleur van de deutonimf varieert van rood tot paarsachtig. De drie onvolwassen stadia zijn van vorm vergelijkbaar met de adulten, maar zijn kleiner.
 
Adult
De volwassenen hebben vier paar poten. Het vrouwtje heeft een bolvormige, afgeronde lichaamsvorm en is 0,3 tot 0,5 mm lang. Pas vervelde wijfjes zijn rood van kleur maar veranderen naar donker paarsrood. Ze bezitten haren op de rug die vertrekken vanuit rode wratten die niet zo opvallen omdat ze dezelfde kleur hebben als het lichaam. Verwarring met de fruitspint P. ulmi is mogelijk. De haren op de rug bij de fruitspint vertrekken echter vanuit witte wratten. Het volwassen mannetje is kleiner dan het vrouwtje; hij heeft een smaller achterlijf en is lichter van kleur, soms oranje. De poten van het mannetje zijn opvallend lang. De adulten zijn waarneembaar met een loep of met het blote oog.

  Schadebeeld
De adulten en nimfen veroorzaken schade door met hun monddelen cellen aan te prikken en deze leeg te zuigen. Aanvankelijk zijn aan de bladbovenzijde witte stippen zichtbaar. Bij verdere aantasting gaan deze stippen over tot bleke vlekjes. Het blad krijgt een grijze tot zilverkleurige schijn, later roodkoperkleurig. De fotosynthese wordt hierdoor geremd en de plant is minder vitaal. Bladval kan voorkomen, vooral in droge omstandigheden. Het schadebeeld is vooral op oudere bladeren waarneembaar.

  Cyclus
Over hoe de mijten in onze streken overwinteren is niet zo veel gekend. Vermoedelijk gaan ze bij minder gunstige omstandigheden als volwassen wijfjes overwinteren (diapauze) of als wintereitjes. Als de omstandigheden gunstig zijn (bv. warmere winter of onder beschutting) gaan de mijten niet in diapauze; er komt dan een gemengde populatie voor. Vanaf welke temperaturen en omstandigheden de mijt al dan niet in diapauze gaat, is niet gekend. Wel is geweten dat de mijten bij temperaturen tot 6 8C waarneembaar en mobiel blijven op de bladeren. Zowel geslachtelijke als ongeslachtelijke vermenigvuldiging komen voor. De ontwikkeling gaat sneller naarmate de temperatuur toeneemt. De hele ontwikkeling van ei tot adult is afhankelijk van de temperatuur en de vochtigheid en duurt 12 dagen bij de optimale ontwikkelingstemperatuur van 26C en een relatieve luchtvochtigheid van 50-70%. Bij temperaturen lager dan 10C en boven 40C ligt de ontwikkeling stil. Ook de levensduur van de mijten is klimatologisch afhankelijk. Bij 26C leven de mijten gemiddeld 3 weken. Te hoge luchtvochtigheden en te hoge temperaturen zijn schadelijk voor de ontwikkeling. De densiteit van de populatie is o.a. afhankelijk van de voedingsactiviteit van de mijten. Ook de stikstofhoeveelheid in het blad van de waardplant zou een rol spelen. Bijna het ganse jaar door komen gemengde populaties voor.

  Bestrijding
 
Chemische bestrijding
Daar bijna over het ganse seizoen alle stadia van de spintmijt voorkomen, zal een behandeling met een product (of een mengeling van producten) dat zowel actief is tegen de mobiele stadia als de eitjes aangewezen zijn. Het is aangeraden om op tijd in het seizoen te starten met een behandeling.
 
Biologische bestrijding

In beschutte teelten kunnen roofmijten zoals Amblyseius andersoni en Neoseiulus californicus goede resultaten opleveren. Ook van nature zijn roofmijten aanwezig op een groot aantal gewassen. Het aantal roofmijten kan nog verhoogd worden door het gebruik van selectieve bestrijdingsmiddelen. Een duurzame bestrijding is dan mogelijk.

  Waardplanten
Averrhoa, Carica, Choisya, Cotoneaster, Elaeagnus, Eriobotrya, Fragaria, Ilex, Jasminum, Malus, Manihot, Morus, Osmanthus, Philadelphus, Photinia, Prunus, Pyrus, Ricinus, Rosa, Rubus, Skimmia, Vitis, Ziziphus
Panonychus citri is n van de meest voorkomende spintmijten op citrussoorten. Ook op veel andere plantensoorten kan ze aangetroffen worden. Volgende soorten worden vernoemd in de literatuur: Averrhoa, Carica, Choisya, Cotoneaster, Elaeagnus, Eriobotrya, Fragaria, Ilex, Jasminum, Malus, Manihot, Morus, Osmanthus, Philadelphus, Photinia, Pyrus, Ricinus, Rosa, Prunus, Rubus, Skimmia, Vitis, Ziziphus,… In Belgi is de mijt voor het eerst vastgesteld in 2005 op Prunus in serre. Momenteel wordt ze teruggevonden op Elaeagnus, Skimmia, Rosa, Choisya,... Voornamelijk in serreteelten, maar ook in buitenteelten en aanplantingen is deze mijt terug te vinden.

  Nuttigen
Gaasvliegen, Roofgalmuggen, Roofmijten
Diverse schimmels, kevers en trips.
Momenteel ben je niet ingelogd als lid van Viaverda. Leden kunnen meerdere foto’s per stadium en het beeld van de cyclus bekijken en krijgen meer info. Samen met andere ledentools kunnen ze zo doelgericht ingrijpen bij waargenomen ziekten en plagen, nog voor schade is aangericht.







Daar het onmogelijk is om van een parasiet op elke plant een foto weer te geven, wordt de meest representatieve foto getoond.
Over het Waarnemings- & Waarschuwingssysteem | Over deze app en gebruiksvoorwaarden
Viaverda | Privacyverklaring en cookiebeleid - Alle rechten voorbehouden