 |
|
| |
| Ei |
| De eitjes van de gestippelde houtvlinder zijn ovaal en ongeveer 1 mm in doorsnede. Ze zijn lichtgeel tot oranjeroze gekleurd. De vrouwelijke vlinders paren kort nadat ze de pop hebben verlaten en zorgen daarna voor de eiafleg. Ze leggen hun eitjes alleen of in groepjes in wonden of schorsspleten, vooral op de eindscheuten in de kroon van de plant. Elke vlinder legt ongeveer 1000 eitjes. De ontwikkeling van ei tot larve duurt 7 tot 23 dagen. |
| |
| Larve |
| Jonge rupsen zijn wit tot geelachtig, oudere rupsen kleuren oranjegeel. Elk segment vertoont kleine, zwarte stippen. Gedurende hun ontwikkeling groeien de rupsen uit tot 5 à 6 cm. Ze zijn duidelijk te onderscheiden van rupsen van andere houtboorders door hun glanzend, bruinachtig zwart halsschild. Pas uitgekomen rupsen vreten soms aan bladstelen, bladnerven, bloemknoppen en jonge scheuten. Daarna boren ze zich in twijgen of takken naar binnen om zich in het begin net onder de schors te voeden. Later graven ze verder in het hout en verblijven ze meestal in het centrum (merg) van de tak of stam.Vaak zijn ze terug te vinden in takken met een diameter kleiner dan 10 cm. De boorgangen, die tot 40 cm lang kunnen zijn, verstoren de vaatbundels, waardoor het bovenste deel van de plant afsterft. De rupsen overwinteren 2 of 3 keer in de takken of stam. |
| |
| Pop |
| De verpopping in het derde of vierde jaar vindt plaats tussen mei en juli. De poppen zijn 4 à 5 cm lang en roodachtig bruin. De verpopping gebeurt in de buurt van de boorgaten waardoor de rupsen uitwerpselen en zaagsel uitstoten tijdens hun verblijf in het hout. In de vroege zomer boort de pop zich door het oppervlak van de tak en blijft daar zitten na het uitsluipen van de vlinder. |
| |
| Adult |
| Het lichaam van de volwassen vlinders is wit met blauwzwarte vlekjes, de vleugels zijn bijna doorschijnend, eveneens met zwarte vlekken. In rust zijn de vleugels dicht tegen het lichaam gevouwen. De vleugelwijdte is bij de mannetjes 3,5 à 4 cm, bij de vrouwtjes 5 à 6 cm. Het vrouwtje is dus veel groter. De antennes van het mannetje zijn tot halfweg geveerd. Bij de vrouwtjes zijn ze borstelvormig. De vlinders voeden zich niet en hun levensduur is extreem kort (8 à 10 dagen). Men vindt ze terug van juni tot augustus. |
|
 |
| De boorgaten van de rupsen zijn duidelijk herkenbaar aan de hoopjes zaagsel en uitwerpselen. Soms treedt er sap naar buiten via de boorgaten. Jonge takken worden uitgehold door de rupsen en zijn gevoelig voor breuk bij wind. Op kwekerijen wordt de aantasting vaak pas vastgesteld bij het rooien. De jonge bomen breken af op de plaats waar de stam werd uitgehold. |
|
 |
| De volwassen vlinders verschijnen begin juni tot augustus. De vrouwelijke vlinders leggen eieren en vanaf augustus komen de eerste rupsen voor. De rupsen leven in het hout en overwinteren in onze streken 2 tot 3 keer. De verpopping vindt plaats tussen mei en juli. |
|
 |
| Jonge larven die nog niet diep in het hout zijn doorgedrongen, kan men verwijderen door ze te doorboren met een stuk draad die men in de boorgang steekt. Men kan ook fumigantia in de boorgangen aanbrengen en de gangen afsluiten met klei of entwas. Stervende takken of planten dient men te verwijderen en te verbranden. Zo voorkomt men dat er nog vlinders ontluiken en eiafleg plaatsvindt. Feromoonvallen kan men gebruiken om de mannelijke vlinders te lokken en zo paring te vermijden. Bestrijding van de pas uitgekomen rupsen is niet verantwoord. Ze ontluiken namelijk gespreid over een vrij lange periode en men zou herhaaldelijk een bestrijding moeten uitvoeren. |
|
 |
 |
| Waardplanten |
| Acer, Aesculus, Alnus, Betula, Citrus, Cornus, Corylus, Cotoneaster, Crataegus, Cydonia, Fagus, Fraxinus, Juglans, Lonicera, Malus, Olea, Platanus, Populus, Prunus, Punica, Pyrus, Quercus, Ribes, Salix, Sorbus, Syringa, Tamarix, Tilia, Ulmus, Vitis |
 |
| De gestippelde houtvlinder is polyfaag. De rupsen tasten verscheidene loofbomen en struiken aan. |
|
|
 |
|