 |
| Het is een mijtachtige die behoort tot de galmijten. |
| |
| Adult |
| Deze zijn uiterst klein (0,1 à 0,2 mm) waardoor ze vaak niet of laattijdig worden opgemerkt. Zonder een degelijke loep zijn deze mijten nauwelijks te zien. In tegenstelling tot de echte spintmijten, die 4 paar poten bezitten, hebben Eriophyidae-mijten slechts twee paar poten, die vooraan het lichaam staan ingeplant. Ze hebben een sterk gesegmenteerd, cilindrisch, lang, bijna wormvormig lichaam en zijn wit tot geelachtig van kleur. |
|
 |
| Deze galmijten kunnen ook opmerkelijke gallen en misvormingen veroorzaken. Eriophyes leiosoma zorgt voor viltplekken op de onderzijde van het blad van Tillia. Daarnaast kunnen er ook harige vergroeiingen op de schutbladeren voorkomen. Schade van galmijten is zeer beperkt en eerder esthetisch en niet plantschadelijk. |
|
 |
| Zowel qua uiterlijk als qua levenscyclus lijken de diverse galmijtensoorten sterk op elkaar. Algemeen worden er meerdere generaties per jaar gevormd, afhankelijk van de soort. Galmijten overwinteren vaak als adult in de knoppen van de waardplant en gaan bij zwellen van de knoppen zich snel voeden op de jonge bladeren waardoor snel in het voorjaar schade zichtbaar is op pas ontloken bladeren. |
|
 |
Aangezien schade van galmijten zeer beperkt is, is een bestrijding meestal niet noodzakelijk. De mijten, die vaak verborgen leven in de gallen, zijn moeilijk te bestrijden met contactacariciden.
|
| |
| Chemische bestrijding |
Indien toch een bestrijding aan de orde is, kunnen galmijten zeer vroeg, bij het openbreken van de knoppen, reeds bestreden worden met een middel dat een werking heeft tegen gal- en roestmijten.
|
|
|