|
| |
| Ei |
| In het najaar legt de zwarte bonenluis doorzichtige, langwerpige eieren bij de knoppen van de winterwaardplanten. Na ca. drie dagen kleuren deze eieren zwart. |
| |
| Larve - Adult |
| De zwarte bonenluis is een middelgrote, gedrongen luis van 1,5 tot 3,1 mm lang. De bladluizen zijn mat zwart en soms olijfgroen met duidelijk zichtbare wasafzettingen (een zestal witte streepjes) op het achterlijf. De antennen zijn veel korter dan het lijfje, de syphonen zijn donker en langer dan de staart. Op de rug zijn vaak donkere vlekken te zien die ter hoogte van de syphonen donkere dwarsbanden vormen. |
|
| De zwarte bonenluis is een polyfage soort die veel voorkomt in binnen- en buitenteelten. Vroeg in het voorjaar veroorzaakt deze luis op de winterwaardplant krulling van het blad en jonge scheuten. Op de zomerwaardplant tast deze luis naast de bladeren ook bloemknoppen en bloemstelen aan. Vervuiling door honingdauw kan aanleiding geven tot de ontwikkeling van roetdauwschimmels. |
|
| In het voorjaar ontluiken uit de wintereieren vleugelloze bladluizen (stammoeders), die op ongeslachtelijke wijze op hun beurt een tweede generatie van vleugelloze bladluizen doen ontstaan. De derde generatie bladluizen is gevleugeld en migreert naar struiken en kruidachtige planten (mei-juni). Op deze planten ontstaan dan de snelgroeiende kolonies van de zwarte bonenluis. Wanneer een bladluiskolonie op een plant te groot wordt, ontvluchten gevleugelde exemplaren de kwijnende plant om elders nieuwe kolonies te stichten. In het najaar ontstaat een generatie van mannelijke en vrouwelijke exemplaren, die naar de winterwaardplanten terugkeert en daar zullen de vrouwtjes, na paring, de wintereitjes afzetten. |
|
| Vroeg in het voorjaar bestrijden met een contactmiddel, later in het seizoen kan een systemisch middel worden ingezet. Gedurende de zomer komen er ook verschillende natuurlijke vijanden voor. Een sterke waterstraal of een hevige stortbui kan ook een deel van de populatie vernielen. Omdat het hier gaat over een zeer polyfage soort (vele waardplanten) is het niet evident deze parasiet volledig uit het bedrijf te bannen. In de zomer komen ook gevleugelde generaties voor die zich snel kunnen verplaatsen naar verschillende gewassen en daar schade aanrichten. In beschutte teelten kunnen natuurlijke vijanden worden uitgezet. |
|
 |
 |
| Waardplanten |
| Amelanchier, Campsis, Caryopteris, Catalpa, Chaenomeles, Cotoneaster, Crataegus, Enkianthus, Euonymus, Forsythia, Fuchsia, Hedera, Hibiscus, Hydrangea, Hypercium, Ilex, Itea, Laburnum, Magnolia, Pachysandra, Philadelphus, Photinia, Pieris, Prunus, Pyrus, Rosa, Salix, Sorbus, Spiraea, Stranvaesia, Tamarix, Vaccinium, Viburnum |
 |
| De winterwaardplanten zijn o.a. Euonymus europaeus, Philadelphus en Viburnum opulus. De zomerwaardplanten zijn verschillende kruidachtige gewassen zoals bonen, bieten, tabak, Spirea, distel, zwarte nachtschade en diverse heesters. Soms komt de zwarte bonenluis voor op appel en peer. In serres kan ze schade aanrichten bij o.a. Chrysanthemum. |
|
|
 |
|